Beter schrijven, hoe doe je dat?

Als er iets is dat we van het Taalcongres, op donderdag 14 maart, opstaken dan is het dat er genoeg te leren maar ook voldoende af te leren is. Goeie. Maar wát dan precies?

Nou, bijvoorbeeld schrijven volgens de Harry Potter-formule. Is storytelling belangrijk? Schrijf dan ook echt een verhaal. En neem als houvast de succesformule waarop bijna alle blockbusters en bestsellers zijn gebaseerd. Mieke Bouma schreef hier een handig boek over: Storytelling in 12 stappen: op reis met de held. We hebben het getest en het werkt. Nu nog in de praktijk.

Vervolgens: scoren met je intro. Daar viel een hoop af te leren. Heb je als schrijver na lang nadenken een lekker beginzinnetje bedacht, een opstapje naar de rest van je verhaal, is de les: schrap die eerste zin! Waarom? Het is meestal een open deur. En die willen we niet lezen. We willen met de deur in huis. Dus dat doen we dan ook. Dan: schrijf een cliffhanger aan het eind van je intro. Je wilt toch dat mensen je hele tekst lezen? Zorg dan ook dat je ze nieuwsgierig maakt naar de rest.

Ik vind dat een fijn inzicht. Want geef toe, eigenlijk waren we ingekakt. Mensen lezen niet meer. Het moet kort. Korter. Dus wat deden we: alle belangrijke informatie in de intro. Want als mensen toch afhaken, dan hebben ze in ieder geval de kern van het verhaal meegekregen. Dat doen we dus niet meer. We zijn toch niet voor niets schrijver geworden? Psies! Wat me brengt op het volgende - iets heel belangrijks…

Ben je daar nog? Mooi. Het werkt dus echt. Blijf hangen. Want dit heeft alles te maken met iets anders dat ik leerde: teksten monteren volgens de beproefde methode waarop hitseries als Game of Thrones en kijkcijferkannonen als Boer zoekt vrouw zijn opgebouwd. Inderdaad, ik zie de raakvlakken met de 12 stappen van storytelling ook, maar deze werkt net even anders. Ideaal voor teksten waarmee je mensen in beweging wilt krijgen, bij campagnes of bij persberichten waarvan je wilt dat die de lezer tot het einde toe boeien.

Het idee is om drie verhaallijnen grofweg om en om op te voeren en dan ook nog eens allemaal in een ander “kleurtje” - vanuit een andere invalshoek. Alles om de lezer bij de les te houden. Te entertainen. Want laten we eerlijk zijn. Eigenlijk is Boer zoekt vrouw oersaai. Maar door het slim te monteren, willen drie miljoen kijkers steeds maar zien hoe het verder gaat. En de week erna weer. Dat dus. Hoe cool zou het zijn als je dat met je teksten ook lukt. Goeie tip: denk Roald Dahl. Een meester in dingen niet vertellen. Laat de lezer met vragen achter. Waardoor je..?

...nieuwsgierig wordt en verder wilt lezen. Ten slotte, framing. Zo leerde ik al eerder, bij een interview met een Belgische hoogleraar over stress en burn-out, over de driedeling van ons brein. Deze keer een vereenvoudigde versie op dezelfde leest: het olifantenbrein en het ruiterbrein. Theorie: je olifantenbrein is het deel waar je vanuit het onderbewuste, noem het instinct, denkt en handelt. Het ruiterbrein werkt vanuit de ratio. Alleen, dat deel van je hersenen kan niet zoveel hebben. Is snel vermoeid of overprikkeld. Wil je dat mensen in beweging komen? Richt je op de olifant. Beïnvloed de interpretatie. Voorbeeld: een treincoupé met binnen op de zijwanden foto’s van rijtjes boeken. Wat er gebeurt: mensen zijn stil, fluisteren hooguit tegen elkaar. Hoe dat kan? Omdat je onbewust het gevoel hebt dat je in een bibliotheek zit. En in de bieb moet je altijd...? Precies. Zoiets noemen we ‘nudging’. Maar met taal kan het dus ook: framing, noemen we dat.

De stelregel is dan ook: Het is niet wat je zegt, het is wat mensen horen. En denk goed na over wie je op welke manier aanspreekt. Wakker Dier had een campagne over de plofkip gestart. In de eerste uitingen gaven ze de consumenten de schuld. Iets van: ‘Je koopt toch zeker geen kip die een slecht leven had?’ Mensen kijken altijd naar een ander, en voelen zich zo niet snel aangesproken. Dat werkt dus niet. De tweede editie had een andere lading. Het woord ‘plofkip’ werd in koeienletters gebruikt in combinatie met de boodschap dat het arme beest vol antibiotica werd gestopt. Toen werkte het wel. Want we legden zelf de link met ‘arm beest’ en ‘onze gezondheid’. Zie je het verschil? Daar kunnen we wat mee, als copy’s.

Zeker met nog enkele goede tips. Maak je boodschap belangrijk voor de ander. De drietrap: Vind het gevoel. Ga voor verhaal. Werk aan je woorden. En als uitsmijter: vermijd ontkenningen! Als je zegt dat iets niet zo is, bereik je het tegengestelde. ‘De politie denkt in eerste instantie niet aan een terroristische aanslag.’ Te laat. Dan zit die al in je hoofd. Weer wat geleerd. En als je eenmaal een goed verhaal hebt?

Dan bedenk je wat je er nog méér mee kunt. Atomiseren noemt Gonnie Spijkstra dat. Je maakt eigenlijk een nieuwe vorm van je bestaande verhaal. Wat? Een voorbeeld: Je hebt hebt het mooie levensverhaal van Piet beschreven in de vorm van een blog. Positieve reacties en veel impact gemaakt. Zie dit blog als een middelpunt. Aan de linkerkant schiet er een blog uit over de vrouw van Piet. Aan de rechterkant een video en onderaan een nieuwe serie met levensverhalen van andere mensen. Nog meer content! Heb je trouwens wel eens gehoord van geweldloze communicatie?

Simon Groen heeft er een interessante theorie over, leerden wij. Misverstanden zijn normaal. Maar naar welke optie zou jij eerder luisteren?: A) ‘Zet je pokkenmuziek nou eens zachter’. B) ‘Ik werd net wakker van je muziek. Ik voel me niet zo lekker vandaag en heb echt behoefte aan een goede nacht slaap. Zou je muziek wat zachter mogen?’. Juist. Simon zegt dat je vrijwel alles voor elkaar krijgt als je je houdt aan de volgorde: waarneming - gevoel - behoefte - verzoek. Zo start je namelijk geen conflicten en noem je alleen feiten op. Je oordeelt niet (pokkenmuziek), beveelt niet (zet zachter) en komt daardoor fijner over. Zijn tip: wees trouw aan je behoefte, maar flexibel in je strategie.

Lief taalcongres, bedankt voor de wijze lessen. En nu (af) leren!