Gaat technologie onze toekomst bepalen?

Emerce eDay 2018

Afgelopen maand bezocht ik Emerce eDay. Altijd goed, een dag nieuwe ideeën opdoen en kijken waar we staan. Wat de trends zijn, waar anderen zich druk om maken en welke insights ik mee terug naar Rotterdam kan nemen. Een verslag.

Bovenaan mijn lijstje stond de opening door dé kritische stem over alles wat met de digitale revolutie te maken heeft: Andrew Keen. Deze Brits-Amerikaanse auteur en Silicon Valley-ondernemer (1960) zag dat de toekomst niet uitkwam zoals was voorspeld. En daar deed hij een boekje over open. Nou, vier inmiddels. Dit jaar verscheen How to fix the future, Staying Human in the Digital Age. Een kritische blik op de effecten van de digitale revolutie. Maar ook een hoopvolle, voor een toekomst waar we misschien wél naar uit kunnen kijken.
Een fascinerend tegengeluid. Ik interviewde Keen direct na afloop in de catacomben van de historische Kromhouthal in Amsterdam. Dat is zo’n beetje wat ik erover mag verklappen. Benieuwd naar het hele artikel? Klik dan hier.

The age of assistance
Next up: Google. In de persoon van Pieter Bavinck, sales-engineer Google Cloud in Amsterdam, stond op het programma: Prepare for the age of assistance. Interessant, dacht ik. Hij begon met een korte inleiding over onze toekomstverwachting in de vorm van liefst 26 ‘connected devices’ in 2020. Per persoon! Dan kun je je afvragen, mocht het zover komen, wat de impact daarvan is op onze levens en hoe we daarmee omgaan. Toch? Dan is het best handig om een digitale assistent te hebben. Of zoals Google het zelf stelt: het gebruik van assistants groeit snel en geeft organisaties een mogelijkheid om zelf de toekomst vorm te geven. De oplossing: Google Assistant.

Dit is hoe het ging (schrik niet van de overload aan Engelse termen). Google Assistant is vooralsnog gelimiteerd beschikbaar. Maar wel sterk gewenst want: mensen vragen om assistentie. Ze zijn (nog) ongeduldiger geworden. Nu gaan we van ‘mobile first’ naar ‘artificial intelligence first’. De techniek van ‘voice’ is sterk verbeterd en dat is de start van de ‘age of assistance’. Bij de inzet van ‘conversational assistance’ is ‘brand awareness’ cruciaal. In de VS gebruikt bijna 60 procent soms een digitale assistent, vooral op mobiel. Met name om antwoord te geven op de vraag: Hoe maakt het mijn leven makkelijker? De eerste behoefte ligt vooral thuis, denk aan Philips Hue. Daarna pas bij informatie.

De techniek achter Google Assistant is gebaseerd op 20 jaar data en ervaring, het is veel meer dan voice-search. Het is geschikt voor verschillende soorten hardware, en werkt voor devices met en zonder scherm. Uiteraard praat het nog makkelijker met gekoppelde systemen als de thuisassistent Google Home (beschikbaar sinds 24-10) en de app Google Lens, om te zoeken via een camera.

Merken kunnen grotendeels zelfstandig aan de slag met Google Assistant. Dat werkt als volgt: eerst je content klaar maken via ‘structured data-markup’. Vervolgens je acties integreren en jezelf beschikbaar maken voor de assistent. Daarna kun je alle acties naar je eigen hand zetten. Met de online tool Dialogflow train je de conversaties, dus je hoeft niet scripts helemaal uit te schrijven, zoals voor chatbots. Deep, deep machine learning dus. Het moet gezegd: ik heb veel opgestoken over de stand van zaken in deze bijzondere tak van sport.  

Press play for video
Op zijn Telegraafst: de vernieuwde en meest impactvolle videostrategie in het Nederlandse medialandschap. Zo luidde de titel van de sessie van Mandy van der Wal, directeur video bij de Telegraaf Media Groep (TMG). Daar had ik wel oren naar.

Eerst enkele feiten. Het papieren bereik van de krant gaat wat minder omlaag, maar daalt nog steeds. Hetzelfde geldt voor magazines. Video blijft toenemen. En daarbij: mensen willen alles kort en snappy, niet langer dan drie minuten. Oftewel, alles verschijnt in short-form. Tot zover niets nieuws.

TMG maakt maar liefst 50 tot 60 videos per dag. Dat is nogal wat. Maar als je dat spreidt over een veelheid aan platforms die allen onder TMG vallen, dan wordt de spoeling - en het bereik - dun. Conclusie: meer focus op het hoofdmerk, minder op de standalone platforms. Als belangrijkste bleven over: Dumpert en de Telegraaf zelf. Andere conclusie: zelf meer content maken, maar ook meer partners aantrekken om premium content van te delen. Waarop Van der Wal vervolgens onthulde: ‘Alles met een b scoort: borsten, billen, baby’s, Barbie…’

Ter zake. Een belangrijke KPI voor TMG is het aantal afgekeken video’s, niet alleen views (lees: gestarte video’s). Dat percentage ligt nu rond de 60, 70 procent. Wat ook hoort bij meer focus, één centrale videoredactie.

Nog wat cijfers, over videokijkers: mobiel stijgt, tablet blijft gelijk, desktop zakt. Vijf uur ‘s middag is de hoogste piek bij het bekijken van video. Had ik niet verwacht. Jij?

En ten slotte: content is key. TMG wil zich meer richten op live-video. Niet per se nieuw, maar in een organisatie als het hunne gaan de dingen niet altijd zo snel als sommige mensen willen. Maar... strategie is king! Met bovenaan innoveren en met de consument praten. Van der Wal geeft aan dat ze veel inzichten krijgen door mensen ‘van de straat’ te interviewen: Wat zien zij graag? Slim. Zoals in elke organisatie is het verder ook vooral een kwestie van trial-and-error.

En zo hoort het ook, zeker op een vluchtig medium als social - waar toch het merendeel van de content terecht komt. Van der Wal benoemde op de valreep ook nog het op 29 augustus internationaal gelanceerde Facebook Watch, de gedroomde concurrent van YouTube. Iemand daar al ervaring mee?

Tot zover. Al met al een semi-boeiende dag met quasi-oorspronkelijke content. Pluim voor de organisatie en de catering. Voor de locatiekeuze en de netwerkmogelijkheden. De kern is uiteindelijk de content. De sprekers en hun onderwerpen.

Handvatten voor de toekomst
Kijk, ik snap dat zo’n evenement niet kan zonder sponsors. En dat die sponsors graag iets terugzien van hun centen. Ze een platform bieden is de makkelijkste deal. Een die klinkt als een win-winsituatie. Maar het valt vaak zo tegen. Ik kom voor de visionairs en de dwarsliggers. Het liefst zonder commercieel belang, maar vooral om je vooruit te helpen, aan het denken te zetten, op stang te jagen desnoods. Daar waren er veel te weinig van. Andrew Keen was de heerlijke uitzondering. Toegegeven: hij staat er ook om meer boeken te verkopen. Had ik ook gedaan. Maar dat is niet zijn intrinsieke motivatie. Hij komt op voor de consument, en staat op tegen de gevestigde orde. Tegen de door iedereen schijnbaar schoorvoetend geaccepteerde status quo in de verhouding tussen digitale gebruiker en leverancier. Hij biedt handvatten voor een toekomst waarin technologie ons leven daadwerkelijk mooier en beter kan maken.

En dit is het moment waarop ik dan zou moeten stoppen. Practise what you preach - proud to commit commercial suicide.  

Tenzij je echt héél graag nog mijn artikel op Emerce wil lezen. Klik dan hier. Alsnog.  

Ciao.