Van tv naar FB

Nikki maakte een carièrreswitch. Van video’s editen voor Hart van Nederland naar video’s editen voor social media. Dat is nogal wat anders. Zo ervaart zij de vijf grootste verschillen.

Als video-editor ben je afhankelijk van veel externe factoren. Zo speelt de hoeveelheid tijd die je hebt voor een montage een grote rol. Maar ook het materiaal dat je tot je beschikking hebt en natuurlijk de doelgroep en het platform waarvoor je het eindproduct maakt. Vandaar dat mijn werk voor FB zo anders is als voor tv.

#1 Regeltjes
Wat veel mensen zich misschien niet realiseren is dat content voor televisie aan een hoop technische eisen moet voldoen. Zo mogen de kleuren op televisie niet boven of onder bepaalde waardes uitkomen en moet geluid altijd superstrak afgemixt zijn. Ook moet je er op letten dat je ondertiteling en graphics op de juiste plek staan. Er zijn zogenaamde ‘title-safe’-kaders waarin je teksten veilig zijn. Vallen ze hier buiten, dan kan het op bepaalde televisies zo zijn dat er een deel van het beeld wordt afgesneden. Daar heb je op social geen last van. Als je online wel eens meerdere filmpjes van verschillende makers achter elkaar kijkt, merk je al gauw dat er bijvoorbeeld behoorlijk wat verschil zit in hoe hard het geluid is. Ook de ‘veilige kaders’ zijn voor social niet van toepassing want op je computer- of telefoonscherm worden er geen stukken afgesneden.

Wél moet je er bij social rekening mee houden voor welk platform je je video maakt, want elk heeft zo zijn eigen ideale beeldverhouding. Neem bijvoorbeeld ‘net niet vierkant’ (4:5) voor Instagram, maar weer verticaal (9:16) voor IGTV of Instagram Stories. Daar had ik bij tv dan weer geen last van.

#2 Nopes
Afgezien van de echte ‘regels’ zijn er ook een aantal ‘not dones’ op tv waar je op social nog best mee weg komt. Neem bijvoorbeeld de zogenaamde zwarte of vuile frames. Dit zijn eigenlijk kleine foutjes in je montage. Stel je voor: shots ABC liggen naast elkaar in je tijdlijn (de plek in je montageprogramma waar alles aan elkaar geplakt wordt). Zit er een spatie tussen je shots, dus A BC, dan is er sprake van een zwart frame. Op dat moment zie je dus even helemaal geen beeld. Wil je van A naar C snijden (dus B niet wilt gebruiken) maar wisselt shot A nog net naar shot B voordat je naar C gaat, dus AbC, dan spreken we van een ‘vuil frame’. Bij mijn voormalige baan bij Hart van Nederland werd je montage meestal nog gecheckt door de mensen van de regie voordat deze daadwerkelijk te zien was voor een miljoen mensen. Door tijdgebrek wilde dit er echter nog wel eens bij inschieten. We keken altijd met z’n allen de uitzendingen, natuurlijk leuk om je eigen werk op tv te zien. Als er dan een ‘zwart’ of ‘vuil frame’  voorbij kwam mocht je je wel even schamen. Online zijn dit soort dingen ook niet de bedoeling, maar je komt er wel wat sneller mee weg. Social content kan zo snel en snappy zijn dat dat soort ‘foutjes’ niet eens worden opgemerkt. Ik merk dat het mij nog steeds triggert als ik ze tegenkom, maar veel mensen zien het niet eens.

#3 Jump cuts
Tijdens mijn studie leerden we alles over shots, kadrering en montage en dus ook over de jump cut. Een jump cut, ook wel een harde knip genoemd, is een knipje in hetzelfde shot met dezelfde kadrering. Je ziet duidelijk dat het beeld niet in één take is opgenomen en daardoor zie je goed dat er is geëdit in de video.

In films wordt de jump cut wel eens gebruikt, maar dan heeft het altijd een bepaalde functie: paranoia, verontrusting, desoriëntatie. Niet vaak een effect waar je naar op zoek bent, toch? Op social is dit echter een heel veelvoorkomende techniek. Online kijkers zijn ongeduldig en willen in een zo kort mogelijk tijdsbestek jouw content snacken, dus het verhaal moet kort, korter, kortst. Uh’s en ah’s mogen er allemaal meedogenloos uitgeknipt worden. En als er maar met één camera wordt geschoten en er geen extra materiaal is om je verhaal te ondersteunen, dan kun je gewoon niet anders dan jump cuts gebruiken. Bij televisie gebeurt dit niet tenzij er echt heel bewust voor een bepaalde stijl wordt gekozen.

#4 Snel, sneller, snelst
Naast dat het kort moet zijn, moet online content ook vooral niet teveel tijd kosten om te maken. Dus niet te lang nadenken over wat er geschoten moet worden, geen lange draaidagen en vooral ook niet te lang bezig zijn met de montage. Dit heeft zo zijn voor- en nadelen. Enerzijds kun je namelijk heel snel content realiseren en daarmee relevant en interessant blijven. Aan de andere kant kan het ten koste van de kwaliteit gaan. Vaak kan het zelfs in de montage tijd schelen als er vóór het draaien uitgebreider is nagedacht over hoe de video er uiteindelijk uit moet komen te zien.

Nu monteerde ik voor live-televisie en moest die montage écht wel af zijn voor de uitzending. Het tempo lag dus behoorlijk hoog. Het grote verschil was dat er een gigantisch team samenwerkte om die uitzending uiteindelijk voor elkaar te krijgen. Een redactie die nadacht over de inhoud, samenstellers of verslaggevers die de verhalen al grotendeels hadden klaargelegd en editors die de montages afmaakten. Wij maakten met een team van dertig man in negen uur een uitzending van een half uur. Nu heb ik soms in mijn eentje drie uur voor een montage van drie minuten.

#5 Diversiteit
De content die ik nu maak is ontzettend divers. De ene dag maak ik een soort minidocumentaires over de helden bij zorginstelling Laurens, dan knip en plak ik de vlogs van studenten van bouwopleiding SPB aan elkaar en de volgende dag monteer ik Liesbeth’s presenteerkunsten in de nieuwste Rottergems. Geen dag is hetzelfde.

Ik monteerde fulltime voor Hart van Nederland dus de content die ik daar maakte, hoewel afhankelijk van het onderwerp, was nagenoeg dagelijks hetzelfde. Er zijn natuurlijk een heleboel video-editors die als freelancer aan verschillende projecten werken, maar nu heb ik het allebei: diversiteit én vastigheid. I love it.