Vijf taaltips bij twijfels

Je kent het wel, je bent aan het schrijven en je weet het even niet meer. Ongeacht wat je schrijft, ineens twijfel je. Is het nou social media kanaal? Of socialmediakanaal? Of toch misschien social mediakanaal? ‘Harry!’ roep je keihard door het kantoor. ‘Kun jij me helpen?’

Maar Harry weet het ook niet zeker. En spellingscontrole of Google bieden ook geen uitkomst. Help!
Doe rustig. Hier zijn vijf tips om slimmer om te gaan met tekst. Ben je weer een stuk zekerder van je zaak.

1. Vertrouw nooit op Google en spellingscontrole
Als je tijdens het tikken van tekst ineens een rood golflijntje onder je woord ziet verschijnen slaat de schrik je soms om het hart. Fout? Wat is er dan fout aan? Je eerste neiging is om net zo lang aan het woord te morrelen tot dat rode rotstreepje weg is. Goed voorbeeld: woorden los schrijven die eigenlijk aan elkaar moeten. ‘Ja, verdomd. Rotstreepje is niet goed! Kijk maar, een rood lijntje.’ Je checkt het voor de zekerheid nog even in Google. ‘Hm, bestaat niet eens. Dan moet het wel fout zijn.’ Dus wat doe je dan, je schrijft rot streepje. Of rot-streepje. Lijntje weg, probleem opgelost. Toch?
Not. Want nu staat het fout, omdat het aan elkaar moet. Zonder koppelteken. En het is een heel slecht idee om het te vergelijken met het Engels. Want ‘die schrijven toch bijna alles los?’ Dat klopt, maar Engels - dat zich meer en meer verweeft in onze taal - is geen Nederlands. Punt. Correct Nederlands is een must. Ik bedoel maar.
Nu is autocorrect wel slimmer geworden. Als ik in een Google-doc intik: ‘De schrijver bedoeld het goed’, dan wordt ‘bedoeld’ niet correct gevonden omdat het in zinsverband niet klopt. Knap, hè? Had natuurlijk met een ‘t’ gemoeten. Alleen, niet elk stuk software is al zo ver. In een e-mailbericht - ook Gmail notabene - merkt het programma deze fout niet op. Verwarrend.
Niet vertrouwen betekent overigens niet dat je suggesties - want zo zie ik ze - van de spellingscorrector moet negeren. Want het helpt je wel. Alleen, vertrouw op jezelf. Lees het na. En laat het door een collega nalezen. Tegenlezen, noemen we dat in vaktermen. Schaam je niet, iedereen maakt foutjes en als je lang op een tekst hebt gezwoegd zie je het simpelweg niet meer. Dat doen we dus zelf ook altijd.      

2. Spreek het hardop uit
We blijven even bij dat rotstreepje. Dat is toch echt één woord. Hoe je dat had kunnen weten? Spreek het uit. Hardop. Nee, echt. Probeer maar: Ik word gek van dat rot streepje. En pak die pauze ook echt bij elke spatie. Dan hoor je dat het raar klinkt. Dat er iets niet klopt. En dat is ook zo. Aan elkaar dus. Want het is toch ook: rotjongen, rotdag en rottaal? Precies.
Kijk ook eens op de Facebookpagina van Signalering Onjuist Spatiegebruik voor hulp, inspiratie en een gratis glimlach op je gezicht.  

3. Gooi de boel om
Ik blijf erop terugkomen: veel meer woorden moeten aan elkaar geschreven dan je denkt. Het grappige is dat net zoals veel mensen de neiging hebben ze los te trekken wanneer dat niet de bedoeling is, er net zoveel juist woorden aan elkaar plakken als het niet nodig is. Dat vraagt om een voorbeeld. In de intro was er de kwestie over socialmediakanaal. Bij deze: één woord. Combinaties van drie gaan bijna altijd aan elkaar. Langetermijnvisie. Boekenweekgeschenk.
Soms krijg ik de vraag: ‘Niels, is socialmediastrategieworkshop één woord?’ Uh ja, zeg ik dan schoorvoetend. Maar het is lelijk. En niet duidelijk. Want is het een strategieworkshop over social media, of een workshop over socialmediastrategie?
Dan zit er nog maar één ding op: omschrijven. Zoals omdenken je kan helpen om nieuwe inzichten te krijgen in processen, gedrag of gedachtegangen, helpt omschrijven (met de klemtoon op de eerste lettergreep) je anders naar woorden of teksten te kijken. Een concrete tip: trek woorden los en maak er een zinnetje van. Iets langer, maar veel duidelijker. En minder kans op grammaticale missers. Dus niet: In één dag alles weten? Volg onze sociamediastrategieworkshop! Maar: In één dag alles weten? Volg onze workshop Strategie voor Social Media. Bijvoorbeeld. Met omschrijven is het helderder en je voorkomt potentiële taalfouten. Win-win.

4. Verzin een ander woord
Maak het jezelf niet onnodig moeilijk. Probeer niet "interessant" over te komen door allerlei hoogdravende woorden en termen te gebruiken. Omdat dat in de branche nou eenmaal gebruikelijk is. Bedenk voor wie en aan wie je schrijft. Houd het simpel als dat kan. Beter iets eenvoudig duidelijk uitgelegd dan gecompliceerd de plank misslaan. Niet alleen komt de boodschap niet over, je slaat zelf ook een modderfiguur. Verschuil je niet achter vaagtaal en jeukwoorden als proactief, doorpakken, innovatie en andere woorden die eigenlijk niet meer kunnen. En laat je dus niet verleiden door een opdrachtgever, baas of manager die juist gaat kwispelen van vaktermen en jargon. Co-creatie? Samenwerken. Stakeholders? Belanghebbenden. Input? Bijdrage.
Inderdaad, spreek en schrijf ook zoveel mogelijk in het Nederlands. Tenzij je werkt in een bedrijf waar Engels de voertaal is uiteraard. Alles is tegenwoordig smart, lean en agile. Wat mij betreft, liever niet.
Wees creatief of juist recht-door-zee. Verzin een list, een synoniem of beeldspraak als alternatief. Zeker als je zelf al twijfelt. Zo kom je duidelijk over, laat je zien dat je de materie beheerst en is de kans op missers minimaal.

5. Vraag het ons
Met deze tips kom je weer een eind verder, hoop ik. Maar, je hoeft niet alles zelf te weten of te kunnen. Ik kan ook geen huizen verkopen, broodmix adviseren aan bakkers of data-analyses interpreteren. Gelukkig maar. Van taal en tekst weet ik wel het een en ander. En mijn collega Jacqueline ook. Dus zit je ergens mee, vraag het ons.

Overigens, het is waarschijnlijk een kwestie van tijd totdat we het met zijn allen prima vinden om rot streepje los te schrijven. Zo gaat dat met taal. En dat is het mooie ervan. Altijd in beweging en nooit saai.